`Rekenkamer Breda legt vinger op zere Wmo-plek`

Geplaatst op: 22-02-2018 20:59

De Rekenkamer Breda heeft kwalitatief onderzoek gedaan onder 108 Bredase Wmo-cliënten, - aanvragers en mantelzorgers. Uit de gesprekken komt naar voren dat met name voor cliënten met enkelvoudige en weinig ernstige aandoeningen/beperkingen de hulp via de Wmo voldoende is. In die zin gaat er veel goed in de Wmo.

Daarnaast constateert de Rekenkamer dat 60% van de geïnterviewden een tekort aan Wmo-hulp ervaart. Het gaat hierbij met name om ouderen, personen met meervoudige beperkingen, personen met psychische problemen (waaronder dementie) en mantelzorgers. Het tekort bestaat vooral op het gebied van huishoudelijke hulp, begeleiding bij de zelfredzaamheid en mantelzorgondersteuning. De Rekenkamer stelt dat de gemeente Breda nog verder verbetering kan aanbrengen in het bieden van voldoende integraal maatwerk voor weinig zelfredzame, weinig mondige burgers, waaronder veel ouderen. De meeste cliënten kunnen het hulptekort niet compenseren en zijn afhankelijk van de hulp van de overheid om langer thuis te kunnen wonen.

Voorts constateert de Rekenkamer dat de gemeente Breda nog verder verbetering kan aanbrengen in de toegang tot de hulp: ongeveer de helft van de geïnterviewden ervaart obstakels in de toegang tot Wmo-hulp.

De gemeenten zijn nu net 2 jaar bezig met de nieuwe WMO 2015 en ook voor de gemeente Breda is de uitvoering van de nieuwe Wmo nog een voortgaand groeiproces. Het gaat in deze vooral om een goede balans tussen enerzijds meer vragen van de eigen zelfredzaamheid en het sociaal netwerk en anderzijds het bieden van voldoende hulp om zo lang mogelijk zelfredzaam te kunnen blijven en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Die balans kan nog verder verbeteren, zo stelt de Rekenkamer Breda. Met name weinig mondige, weinig zelfredzame burgers met een klein sociaal netwerk en een laag inkomen hebben moeite om voldoende hulp te krijgen.

De Rekenkamer beveelt verder aan om meer en duidelijkere (papieren) informatie te verstrekken over waar hulpbehoevenden welke hulp kunnen vinden.
Ook beveelt de Rekenkamer aan om het systeem van resultaatfinanciering te heroverwegen, zodat de gemeente zelf meer de verantwoordelijkheid neemt voor de hoeveelheid hulp, die cliënten krijgen, in plaats van die vooral bij de aanbieders neer te leggen.

Voorts raadt de Rekenkamer aan om als gemeente nog meer werk te maken van het verder verminderen van de hiaten in de hulp tussen de zorgregelingen (i.c. Wmo, zorgverzekering en Wlz). De samenwerking tussen en taken van verschillende actoren zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd. Krappe financiële middelen, concurrentie en stringente toegangseisen werken deze afstemming nogal eens tegen. Die afstemming is wel nodig om te komen tot voldoende integraal maatwerk voor de cliënten om zo lang mogelijk zelfredzaam te kunnen zijn en zo lang mogelijk zelfstandig
te kunnen wonen. Dat is immers wat de Wmo beoogt.

WMO






Terug naar de vorige pagina